Compacten én remediëren - beide nodig bij 2E
In het onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen is het begrip compacten gemeengoed geworden. Het betekent het indikken van de reguliere leerstof door herhaling en oefenstof die de leerling al beheerst, over te slaan. Dit voorkomt verveling en onderpresteren en creëert kostbare tijd. Voor leerlingen die dubbel bijzonder zijn, oftewel twice-exceptional (2E), is compacten een noodzakelijke eerste stap, maar vaak lang niet voldoende.
Een 2E-leerling combineert hoogbegaafdheid met een leer- en/of ontwikkelingsstoornis, zoals dyslexie, AD(H)D, ASS of dyscalculie. De begaafdheid kan de beperking maskeren, en omgekeerd. Hierdoor ontstaat een complex beeld waarin de leerling zich voor sommige taken op een zeer hoog niveau beweegt, terwijl hij voor andere fundamentele vaardigheden vastloopt. Alleen de leerstof compacten lost deze hardnekkige hiaten niet op.
Daarom is het cruciaal om naast compacten doelgericht te remediëren. Dit is het gericht ondersteunen en instructie geven op de specifieke zwakke plekken die voortkomen uit de leerstoornis. Voor een 2E-leerling met dyscalculie betekent dit niet méér van dezelfde sommen maken, maar specialistische, evidence-based interventies inzetten om het getalbegrip en de automatisering te versterken. Het is maatwerk op twee fronten.
De kunst voor de leerkracht of begeleider ligt in het synchroon toepassen van beide benaderingen. Terwijl de leerling compacte instructie krijgt voor rekenonderdelen die hij intuïtief snapt, krijgt hij parallel intensieve, expliciete instructie en oefening voor de onderliggende rekenmoeilijkheden. Zo wordt de begaafdheid uitgedaagd én wordt de leerstoornis effectief aangepakt, zonder dat het een ten koste gaat van het ander.
Veelgestelde vragen:
Mijn kind is dubbel bijzonder (2E) en op school richten ze zich vooral op de zwakke kanten, zoals de leerproblemen. Hierdoor verveelt hij zich en gedraagt hij zich vervelend. Is het niet genoeg om alleen aan die zwakke kanten te werken?
Dat is een heel herkenbare situatie. Het antwoord is nee, alleen remediëren (het zwakke punt trainen) is vaak niet genoeg. Sterker nog, het kan averechts werken. Bij 2E kinderen bestaat het gevaar dat hun hoogbegaafdheid en sterke kanten onvoldoende worden aangesproken. Hierdoor ontstaat onderpresteren, verveling, frustratie en gedragsproblemen. Compacten – het indikken van de lesstof voor gebieden die ze al beheersen – is net zo belangrijk. Dit maakt tijd en energie vrij. Die energie kan dan gericht worden op het remediëren van de leeruitdaging, maar ook op verdieping en verrijking op hun sterke gebied. Deze combinatie houdt de motivatie intact en zorgt voor een evenwichtige ontwikkeling. Het gaat om het accepteren van de hele persoon: zowel de talenten als de moeilijkheden verdienen aandacht.
Hoe ziet die combinatie van compacten en remediëren er in de praktijk uit voor een kind met dyslexie en een groot talent voor wiskunde?
Concreet zou de aanpak op school er zo uit kunnen zien. Voor wiskunde (het sterke punt) krijgt het kind compacte instructie. De leerkracht checkt snel wat hij al kan en biedt dan verkorte of samengevatte oefeningen aan. De tijd die hierdoor vrijkomt, wordt ingezet voor twee dingen. Ten eerste voor remediëring: extra, gespecialiseerde oefeningen en hulpmiddelen voor lezen en spelling, bijvoorbeeld met een dyslexiecoach. Ten tweede voor verrijking binnen wiskunde: verdiepende projecten, complexere problemen of het versnellen van de stof. Zo wordt het wiskundetalent niet geremd, maar gestimuleerd, terwijl de dyslexie de nodige, aparte training krijgt. Beide sporen lopen parallel. Dit voorkomt dat het kind zijn plezier in leren verliest door alleen maar te moeten oefenen op wat moeilijk is.
Onze school zegt dat ze geen tijd hebben voor aparte programma's. Kunnen compacten en remediëren ook gecombineerd worden in de gewone klas?
Ja, dat kan zeker, maar het vraagt wel om een flexibele houding van de leerkracht. Een krachtige manier is door te differentiëren binnen de groep. Stel, de klas werkt aan een taaloefening. Het 2E-kind dat snel is met de kern, mag de basisopdracht compact doen (minder herhaling). Vervolgens kan het kiezen uit een 'verrijkingskist' met uitdagender materiaal op zijn interessegebied, terwijl de andere kinderen verder oefenen. Tegelijkertijd kan de leerkracht voor datzelfde kind wel de spellingsregels die het moeilijk vindt, apart uitleggen met behulp van een stappenkaart of voorleessoftware (remediëring). Het gaat om slim schakelen tussen aanbod: compacte instructie voor beheerste stof, verlengde instructie met specifieke hulp voor de moeilijkheid, en uitdagende taken voor het talent. Ouders kunnen hierin helpen door met de leerkracht te bespreken waar de sterke interesses liggen, zodat verrijkingsmateriaal aansluit.
Vergelijkbare artikelen
- Hebben sommige mensen gewoon minder slaap nodig
- De wereld heeft hoogsensitieve mensen nodig
- Hoeveel aandacht heeft een kind nodig
- Hebben hoogbegaafde kinderen minder slaap nodig
- Wanneer begeleiding nodig is
- Wat heeft een kind met autisme nodig op school
- Hebben ouders tijd voor zichzelf nodig
- Hebben leerlingen pauzes nodig tijdens schooltijd
Recente artikelen
- Hoe kunnen we de executieve functies bij kinderen ondersteunen
- Prikkelverwerking en emotionele veiligheid
- Hoe kun je cognitief flexibeler worden
- Wat is de ontwikkeling van autonomie in de adolescentie
- Wat is het effect van sociale media op kinderen
- Wat is seks channah zwiep
- Wat houdt autonomie in het onderwijs in
- Hoe bevorder je sociale cohesie
